Verdriet wil stromen.

Verdriet wil niet dichtgetimmerd tot mal of ingedijkt tot dam, niet ingepolderd tot kunstmatig landschap.
Verdriet wil niet vastgebonden aan een solide steiger, niet prompt overbrugd noch door stenen omwald.
Verdriet wil door de sluizen van een onbewogen hart breken om de dikhuid te verweken in zijn overstroom.
Verdriet wil dichtgeslibde aderen bevloeien en het gevoelloze, slieren en slepen tot het een uitgang vindt.
Verdriet wil zich als overhelde stortbui uitgieten over de gebarsten gronden van de verdorde gedachten.
Verdriet wil sijpelen in een weke kern, door en door de kurkdroge bast van de verhoute emotie drenken.
Verdriet wil overvloeien en alles wat niet langer dient in zijn vloed meesleuren tot voorbij de brein-horizon.
Dat is wat verdriet wil zijn. Dat is wat verdriet is.
Mademoiselle Marteaux
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Alleen maar verdriet zijn.
Aan verdriet geen woorden verspillen.
Voor verdriet geen verhaal bedenken.
Van verdriet geen drama maken.
In verdriet niet proberen begrijpen.
Uit verdriet geen lessen trekken.
Door verdriet geen pantser kweken.
Bij verdriet niet willen wegrennen.
Op verdriet niet verder bouwen.
Bol je ziel tot balletje, zucht maar zacht en los.
Verdriet gaat niemand pijn doen.
Verdriet gaat niet met opzet raken.
Verdriet wil niet opgekropt of dichtgetimmerd.
Verdriet wil ontsporen, hoogtij vieren, overstromen.
Verdriet wordt uitgegoten over de geërodeerde grond van een leeggeroofd hart.
Verdriet wordt beschonken voorbij de rand van de gevulde vertroebelde gedachte.
Verdriet beukt de sluizen in van aders verkalkt door hardvochtig overeind blijven.
Verdriet gaat vrijuit om te ontlasten van wat ingehouden zeer doet.
Verdriet vraagt gewoon om verdrietig te kunnen zijn.
Verdriet vraagt te verweken. Verdriet verweekt.
Wat week wordt, is mild.
Bol je ziel tot balletje, zucht maar zacht en traan.
Mademoiselle Marteaux