Gun mij mijn proces.

01-03-2025

Daar stond hij dan, wasbleek op het podium. Voorafgaand: slapeloze nachten, wegdrijvend in angstzweet, witjes weggetrokken voor de spiegel, kronkelend in stresspijn, een hoopje bange ellende onder de lakens. 

Ik stond er maar en keek ernaar; ging dan tegen hem aanliggen met een arm om de angst heen, in de hoop dat de bangigheid zou afstappen. Ik voelde me machteloos, zou er alles voor over hebben gehad om deels zijn druk over te nemen. Dat belastend gewicht onder ons tweeën te verdelen om het draagbaar te maken. 

Later die de avond zat ik vastgenageld aan de roodfluwelen theaterstoel, precies vijf rijen voor het plateau waar hij zo meteen optrad, in spanning wachtend tot hij opkwam. Mijn vriend, geliefde. Mijn geliefde vriend. 

Daar kwam hij, spierwit op het podium. Ik had niets anders verwacht... wist niet eens wat ik kon verwachten. Met zijn bevroren beeld in mijn vizier verstijfde ik met hem mee. Het allerlaatste wat je wil meemaken is een geliefde te zien verstijven. Het stopte niet bij die ene benauwenis. Er zouden nog twee optredens volgen. 

De vooravond van de tweede scène was ik niet in zijn huis. Ik berichtte hem. Hij gaf aan het lastig te vinden. Godver dé godver, wat een ellende. Plaatsvervangend kreeg ik de stress microbe weer te pakken. Ik nam de rol van strenge ouder aan die hem aandrong zichzelf niet zo aan te stellen want het stelde niet zoveel voor. De entrées waren goedkoop en het publiek verwachtte echt geen spektakel hoor. In mijn stoere post had ik hem gevraagd zich te vermannelijken en geen drama te maken van futiliteit. Hij had een sociaal beroep, een vriendenkring drie keer zo groot als de mijne, sympathisanten alom, aanbidders en bewonderaars genoeg, vriendenlovers, enfin iedereen loofde hem, dus voor wie bang zijn? Hij klapte volledig dicht bij mijn bericht. Hij had niets aan die stoere praat die hem aanporde om zich bijeen te rapen. De enige respons die ik kreeg was een kort bericht: Hier heb ik helemaal niets aan!  Stug-zijn had ik in mijn jeugd aangeleerd. Overleven is stug-zijn. Waarom kon ik niet uitspreken dat zijn faalangst voor mij ondraaglijk was. Het was lastig te zeggen: Kom maar, Kom maar met alles wat er is, met alles wat je nu bent. Er hoeft niets verbeterd, niets opgelost. Ik zie jou. Uiteindelijk brak mijn stoerheid en in mijn zachter worden, verzachtte hij. Hij vertelde: "Mijn vader kon vreselijk onhandig zijn in publieke aankondigingen. Ik kon door de grond kon zakken van schaamte." Schaamte was de last waarvan hij zich wilde verlossen. Daarvoor deed hij het allemaal. Hij ging vrijwillig door die helse angsten om van de schaamte af te raken die van inborst niet bij hem hoorde. Deze voorstellingen waren zijn tickets naar vrijlating van ál die dingen, ál die dingen waarvoor hij zich in het verleden had verstopt. Hij wilde zich laten zien in zijn onbedekte gevoeligheid, net dat harde doordoen, mocht nu eindelijk overboord. 

Zijn derde optreden maakte ik niet meer mee. Niet ervoor, niet tijdens, niet erna. Onze verhouding was op dat punt vreselijk gespannen wat niets te maken had met dit toneel. Onze verhouding knapte korte tijd voor zijn laatste voorstelling. Met mijn vol gevoel was ik bij hem, onzichtbaar en onhoorbaar dit keer. Ik fluisterde zachtjes in mezelf: Het is je nu al gelukt, hoe de voorstelling mag uitdraaien, wat de uitkomst mag zijn van deze laatste set. Het is nu al goed, precies zoals alles loopt. Via social media las ik dat zijn laatste voorstelling een succes was. Hij trotseerde angst en schaamte zonder stug worden, durfde zich laten zien in alles wat hij is. 

Hem dit pittig proces ontnemen zou een kleine misdaad zijn. Een tikkeltje misdadig om iemand gevangen te houden binnen de tralies van zijn oude doen en laten omdat verlossing van oude patronen nu eenmaal pijn doet. Hergeboorte zonder barensweeën is praktisch onmogelijk. En ja, er is een moment geweest dat ik gehoopte dat hij met dit project zou stoppen, wellicht meer om de pijn die ik voelde dan om zijn eigen pijn. Ja, er zijn momenten geweest dat ik er alles aan gedaan zou hebben om de tijdelijke overbelasting samen te dragen al betekende dat naast hem op het podium staan. Dit alles, was niet wat er nodig was. Mijn ingrepen deden meer kwaad dan goed. Alleen die ene keer dat ik stil een arm om hen geslagen had en dat was het. De ander maal dat ik in vertrouwen bleef dat alles ál goed was. Die keren gunde ik hem voluit zijn proces. 

Als er vanuit de ander geen hulpvraag is, vul dan niet voor hem in. Ga je niet ongevraagd bemoeien, inhoud geven of betuttelen. Gun de ander om zijn of haar proces te doorlopen. Op de achtergrond sta jij in vol vertrouwen. Niemand gaat dood van zijn gebrokenheid laten zien of zijn gespannenheid laten daveren in zijn stem. Het kan echt geen kwaad om bang te zijn of publiekelijk te huilen. Wat ik uit deze ervaring mocht leren? Om vooral mijn geraakt-worden in mezelf te onderzoeken. Zocht ik de snelle oplossingen voor hem of voor mij? Ik had last van zijn pijn. Als ik moeite heb met iemand te zien lijden, kan ik mijn eigen lijden dan wel aanzien? Nee want ik ben gewend om de pijn weg te lachen. Ik vind het vreselijk om de ander openbaar te zien instorten; durf ik openbaar in te storten? Nee, ik hou me daar taai. Ik vind het hartverscheurend om de ander in open veld te zien huilen, kan ik huilen met mensen rondom mij? Nee ook dat heb ik nooit gedurfd. 

Dit proces vertelt minstens zoveel over mijn kwetsbaarheid durven laten zien, dan over de kwetsbaarheid die hij wilde laten zien. Ik kan met hem meeleven in zijn proces, ja, het is mooi om medeleven te tonen. Maar medelijden is een ander verhaal. Als dat er is, mogen we vooral kijken naar onze eigen pijnstukken.  

Mademoiselle Marteaux