Verdriet toelaten.

23-03-2025

Ze loopt door een wereld die niet aardig voelt.

Onbedoeld zegt ze dingen die iedereen altijd zegt.

Want nooit gaat het slecht.

Altijd oké en ze lult met ze mee.

En ze lacht.

Ze huilt maar ze lacht.

– Songtekst 'Ze huilt, maar ze lacht', Maan –


Emotionaliteit is de nagel van de vrouwelijke doodskist, schreef mijn vader over app. Ik ken hem, ik snap hem.

Niet vreemd dat hij die stelling stevig neerzette. Zijn vader leerde hem vechten tegen de jongens op school die hem plaagden. Hij drukte zijn zoon op het hart zeker niet te huilen want huilen is een teken van zwakte. Niet huilen, opstaan en doorgaan, dat was het vast verdict. Ik begrijp de beste bedoelingen van een ouder om een kind resistent op te voeden tot vechtersbaas en geen slappeling. Mijn vader trachtte me een gelijke les bij te brengen, alleen was ik mentaal gering gespierd. Je kunt het draaien en keren als je wil, de conclusie is: geweld met geweld oplossen is niet mijn oplossing. Net als mijn vader aan de levende lijve ervaren heeft hoe een gevoelig kind in tranen een uitnodiging kan zijn tot plagerij, raakte ik bedreven in tranen inhouden. De onzin van spotterij op school heeft mij nooit tot kemphaan gemaakt. Kind-woestenij vormde mij tot een onbewogen gezicht; terughoudend om emotie te laten zien. Koel, nuchter en zakelijk zijn, was de uitkomst. 

Als zestienjarige bereikte ik een toestand van absolute emotionele beheersing bij alle vormen van verdriet. Grappig, leuk en lacherig mochten overblijven, de rest werd weggewist. Ook op school maakte die positieve uitstraling me bemind bij het volk. Ik begon emotionele beheersing als teken van maturiteit te zien en was er beretrots op. Omdat ik me vanbinnen onthield in het uiten van verdriet, ontwikkelde ik aan mijn buitenkant een allergie voor publieke huilebalken. Ik raak ontstemd van openbare huilpartijen. Verder heb ik een hekel aan deelrondes waarbij de tissues halverwege de ronde opgebruikt zijn. Dan komt in mij op: Allé komop zeg, je bent toch geen kleuter meer, raap jezelf bij elkaar, vermannelijk, hou op met komediespelen, stop met je eigen ellende te creëeren, bedwing je drama en drijf vooral niet over. Aanstelleritis, dat was mijn hardvochtig besluit. 

Zowel mijn emotionele beheersing als mijn verhoogde gevoeligheid voor het open en bloot snotteren, blijkt uiteindelijk een verharding voor het verdoezelen van een groter probleem in mezelf: emotionele afvlakking. Mijn verdriet omzeil ik met cynisme of ik rationaliseer en maak verdriet tot begrip. Ik verdring verdriet door ervoor te zorgen dat ik niet verdrietig wordt. Ik ben een held in afleiding vinden tegen verdriet. Als ik in de lach schiet, gaat het gelach automatisch over in: huilen van het lachen. Er loopt duidelijk iets vast in mezelf. Dat wordt meer dan duidelijk in drie voorvallen op korte tijd. Als problemen zich herhalen, kijk er dan naar!

In een vrouwengroep barst ik per ongeluk in tranen uit om de kanker van mijn moeder, de genetische aard ervan, mijn relatie die op de klippen loopt en wat toegevoegde miserie. Het werd me allemaal te veel. Na de deelronde ben ik overstuur door mijn van slag zijn. Ik excuseer mij bij de vrouwen omdat ik mij 'aanstelde'. Verbaasde ogen begrijpen niet waarover ik het heb want ik heb gewoon gehuild. Gewoon huilen staat niet in mijn woordenboek, als wel dan rood doorstreept. Als oudere in deze een jonge groep heb ik emotionele volwassenheid te tonen en daar hoort geen traan bij (overtuiging tot einde 2024). Het goede voorbeeld zijn, zo maak ik mezelf wijs. Nu ik buiten beheersing ben geweest, geef ik mezelf flink op de kop. Voor een keer was de rest van de groep rustig en ik niet. Emotioneel worden voelt aan alsof ik de sfeer voor de hele groep verpest terwijl ik altijd de plezantste wil zijn. Geef mij dus maar een onopvallende traan. Een traan die zich verstopt voor meekijkers. Die uitzonderlijke keren dat het me lukt om enkele tranen te lossen is als ik alleen ben in de auto, met hele trieste muziek en een zonnebril op en dat in het verkeer tussen allemaal mensen die mij niet kunnen zien. Zelfs opgesloten binnen een metaalbak heb ik me flink in te spannen om een paar minuten te druppelen door gebeurtenissen in beeld te halen die te maken hebben met grote drama's zoals doodgaan, verlies, ontslag of mislukking. Grondige ellende helpt enigszins even de sluizen open te gooien.

Midden op de dansvloer zie ik een persoon uit diezelfde vrouwengroep in freeze met haar gezicht naar de muur gericht. Tranen stromen vrijuit over haar wangen. Ik kijk de situatie een poos aan tot het me begint te storen. Ik ga er van alles van vinden. Waarom zet ze zichzelf nu in het middelpunt van de belangstelling? Waarom zoekt ze geen minder opvallend plekje om te wenen. Wat ze beoogt met dit centraal theatraal gedoe? Van daaruit maak ik de volgende denkslag: Wil ze getroost worden? Ik wil haar troosten met een dubbel doel: haar oppeppen èn de performance stoppen, dus loop ik erheen en omarm haar langs achter. Ze keert zich acuut om, werpt een bliksemende blik en slaat beslist een handteken om direct los te laten. Verschrikt deins ik een paar stappen achteruit. Onthutst trek ik me terug om bij te komen. Ik had graag had ontladen in een huilbui maar dat gebeurt natuurlijk niet. Nee, ik rationaliseer het hele gebeuren. De dag erop vertel ik dit voorval aan een vriend. Het moet lukken dat hij op dat tijdstip bij een optreden geïrriteerd raakt door een fan die elk lied meezingt, soms buiten de maat, met afwijkende songtekst. Het onvolkomen optreden remde zijn enthousiasme niet. Hij ergert zich enorm aan het meezingen van de buurman. Hij heeft hij zichzelf aangeleerd om zijn irritatie te verkennen in plaats van frustratie projecteren op de andere. Net als ik weet hij dat de ander slechts een signaal is voor iets wat om aandacht vraagt vanbinnen. Hij keert naar binnen en doorvoelt zijn geraaktheid. Ontdekt daar dat hij jaloers is op de spontaniteit van de fan die volledig opgaat in de muziek zonder zich druk te maken over wat anderen ervan vinden. Zo vrij is die gast!  Zo vrij voelt hij zich (nog) niet. Een laagje dieper ontdekt hij een grote angst en diepe wens: het verlangen om spontaan zijn stem te laten horen, volledig vrij te zijn hierin, om voluit te gaan, om mee te zingen met meeslepende muziek al klopt de tekst niet helemaal. Nu houdt hij de ontroering stil. Ontroering die zich onhoorbaar verklapt in een onopvallende traan. Diezelfde bescheidenheid herken ik in verdriet verstoppen. Onze gedeelde wens is om bevrijd te zijn van schaamte, toe te geven aan de stroom van binnenuit of het gaat om een geluksstroom, een tranenstroom, welke stroom dan ook. De ander raakt in zijn of haar proces bij ons aan wat aangekeken mag worden in onszelf. Ik was niet reflectief genoeg geweest om haar proces te gunnen en in plaats daarvan ging op een onhandige manier ingrijpen: haar achterom benaderen in plaats van in te voelen wat in mij bewogen werd: een potje janken midden van een groep mensen, zo kwetsbaar. 

Ik mag kijken naar mijn emotionele afvlakking. Ik mag diep naar mijn middenrif toe ademen om het vacuüm zuurstof te geven. Om de basis aan onveiligheid die vastlopen in mijn bekken naar boven te trekken, langs het hart en de longen, tot de spanning uit de ooghoeken naar buiten vloeit. Dat kan ik (nog) niet. Ik bezoek de arts met de zoveelste blaasontsteking dit jaar en hij verwijst me door naar een osteopaat-acupuncturist. Ziekenhuizen hadden de voorbije maanden echo's gemaakt zonder resultaat; de arts weet het niet meer. De osteopaat vertelt over Harthitte, een term uit de Chinese Geneeskunde. Een hart geraakt door heftige emoties wil het overschot kwijt. De blaasmeridiaan mondt uit in de ooghoeken. Tranen voeren de overlast van geraaktheid af en verzachten het hele gestel. Zonder de tranen raakt de blaas overbelast in deze taak. Harthitte die geheel door de blaas heen moet, oververhit die blaas: het ont-steekt het. Ik blies mijn blaas op zonder het te weten, in opgekropt verdriet. Natuurlijk is er nog de link met seksualiteit en bestaansangsten. 

In plaats van uit te spreken: Ik kan niet huilen, begin ik met zeggen: Ik kan huilen. Op de achtergrond speelt 'O I love you' van Essie Jain, een wiegelied voor grote mensen die troost zoeken. Mijn hart loopt over, ik voel mijn keel knijpen, mijn blaas werkt hard en ik herhaal: Ik kan huilen... ergens altijd een beginnetje te maken.

Een maand verder kan ik verdriet laten stromen, meestal traant het binnen in mij en soms ook zichtbaar aan de buitenkant. Bij iedere traan voel ik verzachting van wat hard werd. Waar je aandacht naar uitgaat, vindt plaats.

Mademoiselle Marteaux